Het Zwitserse laagland

Het Zwitserse laagland

'n Rondje Zwitserland langs meren en rivieren

De Zwitserse bondsstaat heeft voor fietsers een grootmazig netwerk uitgebouwd dat bekend staat als La Suisse à vélo. Niet minder dan 9 bewegwijzerde langeafstandsroutes doorkruisen in alle richtingen dit confederaal land. 

Die routes ontmoeten elkaar op heel wat snijpunten en da’s handig want via deze knooppunten kun je grote of kleine fietslussen op maat uittekenen. Na een beetje kaartstudie is het zelfs mogelijk een (tamelijk) gemakkelijke rondrit uit te stippelen, ook met behulp van de trein.

Door het Zwitserse laagland

Dat betekent zeker niet dat je volledig vrijgesteld bent van klimwerk. Ook fietsmaat Julien en ik zullen dat vlug aan de lijve ondervinden. Via de Dreilandradweg steken we vanuit Duitsland de Rijn over in Rheinfelden. Een dienstbrug van de waterkrachtcentrale op de Rijn brengt ons zonder douanecontrole in Zwitserland. In de plensende regen moeten we de heuvelrug tussen Rijn en Aare over. En die lange klim valt zwaarder uit dan gedacht. Tot op het bot doorweekt en verkleumd van de kou bereiken we moeizaam de Aarevallei. We vallen het eerste café na de afdaling binnen om op adem te komen en droge kleren aan te trekken. De waardin is erg met ons begaan want we krijgen een heerlijke warme maaltijd voorgeschoteld. Droog en voldaan kruipen we vele uren later op de fiets en volgen de Aare-rivier tot Aarburg waar we onze tenten opslaan.

De Mittellandroute nr. 5 leidt ons verder langs de vruchtbare aanslibbingsvlakten van de Aare. Een vlak parcours dat landschappelijk weinig opwinding biedt, behalve enkele zorgzame ooievaars in het dorpje Altreu en het middeleeuws ogend stadje Solothurn. Aan de overzijde doemen de bosrijke hoogten van het Juragebergte uit het meer op. De rivier stort zich dan in de Bieler See. Dat meer gaat bijna naadloos over in het Lac de Neuchâtel. In het eerste oeverdorp Cudrefin horen we plots Frans spreken, een van de 4 Zwitserse talen. Frans is voor zo’n 20% van de Zwitsers hun moedertaal.

Tot het meer van Genève blijven lastige beklimmingen uit. In Lausanne is het aangenaam toeven in het Olympisch park aan het water. We picknicken in de middagzon en genieten van de kleurrijke bloemenpracht, met zicht op het paleis van het Internationaal Olympisch Comité.

De heuvels van het Mittelland

Tussen Lausanne en Vevey volgen we de bordjes van de Rhôneroute nr. 1, eerst langs de drukke oeverweg maar snel belanden we tussen wijngaarden hoog boven het meer. Op de camping van Vevey kijken we die avond angstig naar de ons omringende bergketens. Gaan we met onze zwaarbeladen fietsen het grote stijgingspercentage wel aankunnen? We besluiten om de tandradbaan te nemen die ons in enkele minuten 500m hoger brengt. Boven sluiten we aan op de Merenroute nr. 9 die ons in 5 dagen naar Luzern zal leiden. Ons eerstvolgende doel is Gruyères waar we zonder noemenswaardige hoogteverschillen tamelijk laat aankomen. Het stadje ligt eenzaam op een heuvel en alle huizen hebben zich dicht tegen het middeleeuwse kasteel aangeschurkt. Wanneer we er ’s avonds op zoek gaan naar een restaurant , is er geen enkel spoor meer te bekennen van de dagtoeristen. Zo kunnen we exclusief en rustig genieten van de verlaten straatjes. Uiteraard is onze hoofdschotel ook exclusief want mét de beroemde gruyèrekaas erin verwerkt.

Na Gruyères wordt het menens. We moeten geleidelijk aan harder op onze trappers duwen en enkele nijdige hellingen dwingen ons zelfs van de fiets. In Gstaad horen we weer Duits spreken en in Saanenmöser bereiken we het hoogste punt: 1273m. De zon schijnt en de mooiste prentkaarten van het Mittelland schuiven voor onze ogen voorbij. De weg slingert zich tussen de groene heuvels bespikkeld met ranke sparren en eenvoudige berghutten. De Simme-rivier baant zich naast ons bruisend een weg tussen enkele tweeduizenders. In Zweisimmen zien we op de camping de 6 Duitse meisjes terug wiens nachtelijk gegiechel we ons nog herinneren op de camping gisteren in Gruyères. In de campingkeuken koken we samen, waarbij we wàt jaloers zijn op hun soepje én fris slaatje waar wij nooit aan toe komen. Zij volgen dezelfde route en de komende dagen spelen we meermaals haasje-over.

Van Zweisimmen tot de Thuner See volgen we kilometerslang een lastige, onverharde weg vlak naast de Simme. Het geschokker over de ruwe steenslag gaat langs de Thunersee gelukkig over in glad asfalt. Zij aan zij met de spoorweg loopt de fietsroute pal naast het water en krijgen we onbelemmerde uitzichten op het water en op de omhoogrijzende bergkammen. Na een korte pauze in Interlaken wacht ons de schilderachtige oeverweg langs de grotere Brienzer See. Op onze weg ligt de spectaculaire Giessbachfälle, een waterval met 14 trappen die je van heel dichtbij kunt meemaken.

Nog een 60-tal kilometers scheiden ons van Luzern maar we moeten nog wel de steile Brünigpass (1051m) over. Nu de Duitse meisjes niet meer in onze buurt zijn, moeten we ons ook niet meer bewijzen, en dus overbruggen we de bergpas ...met de trein. Niet veel later krijgen we de Vierwaldstättersee en Luzern in het vizier.

Naar het echte hooggebergte

In de miezerige regen verkennen we de stad. Dé blikvanger is de Kapellbrücke, een van de oudste (1365) overdekte houten bruggen ter wereld. Wandelend onder het houten dak ontdek je tientallen oude schilderijen die het verhaal vertellen van het Zwitsers Eedgenootschap, waaruit de Confederatio Helvetica ontstaan is. In het midden van de 400m lange brug steekt een oude watertoren als een reuzepotlood boven de brug uit. Samen met de nabijgelegen Speuerbrücke verbinden beide bruggen over de Reuss de oude stadskern met de moderne stadswijken.

Na een nachtje jeugdherberg trekken we via de regionale route nr. 39 verder langs de grillige inhammen van het meer. Ook vandaag blijft het miezeren maar -toeval of niet- houdt het regenen plots op wanneer we in Küssnacht bij de plek komen waar koningin Astrid in 1935 op 29jarige leeftijd het leven liet in een auto-ongeluk. Een eenvoudige herdenkingskapel moet de herinnering aan de moeder van koning Albert II levendig houden. Alleen jammer dat onze nationale spreuk (Eendracht maakt macht) alleen in het Frans is gebeiteld.

Het laatste stuk van het Vierwoudstrekenmeer leggen we per boot af om een razenddrukke expresweg te vermijden. In de ferryhaven van Fluëlen nemen we de draad op van de Noordzuidroute nr. 3. Die zal ons naar het hooggelegen Andermatt (1437m) brengen. Eerst volgen we de Reuss stroomopwaarts gedurende 13 biljartvlakke kilometers. Ondertussen nemen de bergen rondom ons dreigende afmetingen aan en de rivierspleet wordt nauwer en dieper. Met de schrik in het hart maar klaar voor de uitdaging kijken we uit naar de plaats waar de lange, lastige beklimming naar het hooggebergte zal beginnen. In Amsteg is het zover. In een driearmig kluwen wringen spoorweg, gewone weg en autoweg zich langs de steile bergflanken omhoog. We fietsen op de oude verbindingsweg die er zo goed als verlaten bij ligt. Door onze lage (klim)snelheid krijgen we alle tijd om met open mond naar de grillige diepten van de bergkloof te staren. Na 16 km onafgebroken zweten en klimmen aan 4%, bemerken we in Göchenen zowaar een tandradtrein, vertrekkensklaar naar Andermatt. Als een laatste strohalm klampen we fluitende treinbegeleider aan. Het onderstel kreunt en schokkert onder de laatste steile helling naar Andermatt terwijl onze zweetdruppels in het rond gutsen.

Smeltende sneeuw in Andermatt half juni, ook dit is Zwitserland. We zetten snel onze tenten op in de vallende duisternis en gebruiken de sanitaire ruimte van de camping als keuken en eetkamer.

De jonge Rijn als gids

De volgende morgen is het nog altijd koud en regenachtig, geen weer om een fietser door te jagen. De uitputtende dag van gisteren is in onze lijven blijven hangen en bovendien moeten we vandaag de Oberalppass (2044m) trotseren. Een beslissing is vlug genomen: voor de vierde keer gaan we ‘vals’ spelen en de trein nemen. In Tavanasa, 50 km verder, beginnen we na de middag aan de verkenning van Rijnroute nr.2, die we zullen blijven volgen tot het eindpunt Basel. In dit deel van Graubünden maken we kennis met het Reto-Romaans dat hier door zo’n 36000 mensen gesproken wordt. Het is één van de drie officiële talen in dit kanton en klinkt als een onverstaanbare mengeling van Frans, Duits en Italiaans. De jonge Rijn heet er bijvoorbeeld Rain Anteriur (Voor-Rijn). Hij begint te zwellen onder het gewicht van zijn zijrivieren en baant zich een weg door smalle valleien , ja zelfs door rotskloven. De spectaculairste kloofovergang is de dunne brug over de Rijn in Versam. In het zicht van Chur wijken de bergen eindelijk uiteen en toont de Rijn zich als een brede stroom in een brede vallei.

Even vóór Chur botsen we op een bordje ‘Schlaf im Stroh’. We kijken elkaar in de ogen en denken hetzelfde: uitproberen maar! Slapen in het stro is in Zwitserland een erkende vorm van Zimmer frei op boerderijen. We nemen onze ‘intrek’ in een voormalige koeienstal volgestouwd met stro. Je zakt niet echt diep weg in het stro want onder je eigen slaapzak liggen dikke dekens gespreid. Er is een wc en eenvoudige douche ter beschikking.’s Morgens geen ‘ontbijt op ’t stro’ maar aan tafel in de woonkamer.

We komen op een goed moment de stad Chur (35000 inw.) binnengefietst want gisteren kwamen de renners in de Ronde van Zwitserland hier over de streep. Tegen de middag zien we de laatste deelnemers van de rondekaravaan de stad verlaten. We treffen de oudste stad van Zwitserland bijna verlaten aan. De wandeling de door de oude stadskern valt echter tegen want slechts enkele straten groot; te klein om een authentieke middeleeuwse sfeer op te roepen.

Tot de Bodensee wacht ons een zo goed als vlak parcours van 200 km langs de Rijn. De stroom is niet langer een bruisende, kolkende watermassa maar is gedegradeerd tot een ingesnoerd kanaal. Het Zwitserland van de lieflijke heuvels en de uitgestrekte meren lijkt opeens zo veraf. Alleen de naast het Rijnkanaal oprijzende bergen van Liechtenstein herinneren ons vaag aan Helvetia. Nu we zo dicht bij het aloude vorstendom zijn, is Julien niet meer te houden. Hij wil kost wat kost een kijkje gaan nemen in de hoofdstad Vaduz. Hij heeft iets met landsgrenzen, vooral om achteraf te kunnen uitbazuinen dat hij vier! landen is doorgefietst: Duitsland, Zwitserland, Liechtenstein en Oostenrijk. De 36000 inwoners van de dwergstaat hebben het hoogste jaarinkomen van de wereld en dat is te merken aan de uitgestalde luxe. Hier weten ze met hun geld geen blijf.

Langs de Bodensee en de Rheinfall

Het lijnrecht jaagpad langs de Rijn wisselen we af met ommetjes langs enkele eenvoudige dorpjes, waar stilaan wijngaarden de overhand krijgen op graasweiden. En dan opeens fietsen we Oostenrijk binnen, uitgerekend op de plek waar de Rijn het uitgestrekte Bodensee met zijn waters vult. We blijven slechts enkele kilometers in Vorarlberg maar dat is ruim voldoende om Julien goed te stemmen (grensovergang nr. 4 is binnen!). Ondertussen is het aantal fietsers langs de Bodensee niet meer te tellen en begin ik op te zien tegen het voortdurend grüssen van al die collega’s.

In Stein-am-Rhein verlaat de Rijn de Bodensee en vormt tot Basel de grens met Duitsland. Het stadje zelf toont zich aan ons als een levend schilderij uit de 18de eeuw. De harmonieuze aaneenschakeling van vakwerkhuizen, de talrijke geschilderde taferelen op de gevels, een oude waterput, de smalle straatjes en goedbewaarde stadspoorten, dat alles brengt ons in een andere tijd.

De ondertussen slome Rijn laat zich nog één keer van zijn kolkende kant zien. In Schaffhausen dondert hij van een 150m breed verhoog maar liefst 23 m naar beneden. Honderden kubieke meters water spatten uiteen in miljoenen witte waterdruppels . Terug tot rust gekomen sleept de Rijn zich nog 130 km voort tot ons einddoel Basel.

Steekkaart

Route en bewegwijzering

We volgden uitsluitend de bewegwijzerde fietsroutes van La Suisse à Vélo (www.veloland.ch) die we in 16 dagen combineerden tot een fietslus van 1053 km. We fietsten vanuit Duitsland Zwitserland binnen in Rheinfelden langs de regionale Drielandradweg tot Aarau daarna routes nrs 3 > 5 > 1 > 9 > 39 > 3 > 2. De roadbooks (www.werdverlag.ch) hiervan zijn in de boekhandel te koop) maar je kan ook routes + hoogteprofielen + info + logies van de velolandwebsite gratis downloaden. De Michelinkaart schaal 1: 400.000 is handig als overzicht.

Hoe er geraken? Met de trein van en naar Basel: dagelijks een beperkt aantal directe treinen met mogelijkheid tot fietstransport van en tot Keulen www.reiseauskunft.bahn.de

B&B-formule Schlaf im Stroh: www.schlaf-im-stroh.ch

Algemene info: www.myswitserland.ch