Gebeten door het virus

Gebeten door het virus

Ward van Loock is niet alleen een gebeten fietser, hij is ook een zeer gewaardeerd auteur van fietsgidsen. In 1995 debuteerde hij met het succesvolle Fietsen over jaagpaden en oude spoorwegen. Daarna volgden nog 15 uitgaven bij Uitgeverij Lannoo. Zelfs na 20 jaar fietsen-en-schrijven blijft hij bezig.

Op suggestie van Ward hebben we afgesproken in een Antwerps café dat uitkijkt op de Schelde. "Een locatie die symbool staat voor mijn fietsfilosofie", had hij in zijn mail geschreven. "Water trekt me aan. Wat kan er mooier zijn dan een ganse dag fietsen op een jaagpad, met de rivier als gids. Om er dan 's avonds een frisse duik in te nemen."

Ben je altijd een gedreven fietser geweest?

Neen, niet echt. Ik zou mezelf eerder een laatbloeier noemen. Ik was de 40 al gepasseerd toen ik de fiets van mijn schoonvader erfde. Daarmee begon ik naar het werk te fietsen, eerst enkel bij mooi weer, later het hele jaar door. Zo kwam de goesting om ook in de weekends te gaan fietsen. De tochten werden steeds grotere lussen. In 1991 volgde de eerste fietsvakantie, langs Nederlandse jeugdherbergen.

En toen was je definitief vertrokken?

Dat mag je wel stellen. Al snel ontdekte ik de jaagpaden, die een rode draad werden door al mijn fietsverhalen. Jaagpaden zijn de ideale leidraad voor fietsers: je raakt de weg niet kwijt en het is er meestal rustig. Inspiratie haalde ik uit het boek Fietstoerisme in België van Gerard De Selys en Anne Maesschalck. De ondertitel zegt genoeg: 1000 km over rustige paden. Een andere inspiratiebron was Gilbert Perrin. Die man werkte bij de Belgische televisie en was betrokken bij de viering van 150 jaar Belgische Spoorwegen in 1985. Hij ontdekte dat een derde van de oorspronkelijk aangelegde spoorlijnen intussen verlaten waren, raakte gefascineerd door de mogelijkheid om er 'groene wegen' van te maken en schreef er een boekje over. Het was de periode dat men in Wallonië de eerste RAVeL-trajecten realiseerde.

Fietsen over jaagpaden en oude spoorwegen was ook de titel van je eerste boek. Hoe ben je ertoe gekomen om fietsen en schrijven te combineren?

Ik schreef al regelmatig in het personeelsblad van de psychiatrische instelling waar ik werkte. Zin om te schrijven was er dus altijd, en nog meer nadat ik een cursus creatief schrijven volgde. Daarop heb ik mijn stoute schoenen aangetrokken en ben ik naar een aantal uitgevers gestapt. Lannoo was meteen enthousiast om met fietsgidsen aan de slag te gaan. In 1994 fietste ik een jaar lang door Vlaanderen, op zoek naar lussen en combinaties van interessante trajecten. Mijn gids werd meteen een succes – er zouden zes edities verschijnen – en zo was ik ook als auteur vertrokken.

Bleef je altijd dichtbij huis fietsen?

In het begin was dat ingegeven door Lannoo, die een reeks Dicht-bij-huisgidsen lanceerde. Ik schreef een aantal jaren na elkaar gidsen over verschillende Vlaamse regio's. Wallonië kwam erbij, en ook Noord-Frankrijk, al had die veel minder succes. Maar voor de fietsvakanties in de zomer mocht het wel wat verder zijn. Als rasechte anglofiel verspreidde ik op de fietsbeurs in Retie een zoekertje: "Fietsmaat gezocht om Groot-Brittannië van zuid naar noord te doorkruisen, van Land's End tot John O' Groats. Niet langs de kortste weg maar zoveel mogelijk langs Sustrans-routes." Het werd een onvergetelijke trip. Met die fietsmaat boterde het niet echt, maar hij leerde me wildkamperen en mijn minutieus uitgewerkte voorbereidingen soms opzij schuiven voor alternatieve wegen.

En die zijwegen lopen intussen door heel Europa?

Laat ons zeggen West-Europa. Heel veel Engeland en Frankrijk, maar ook Catalonië, Sardinië en een tocht langs het voormalige IJzeren Gordijn. In Tsjechië hadden Julien – mijn huidige vaste fietsmaat - en ik een ontmoeting met een man die zijn wijnkelder toonde. Moesten we mekaar verstaan hebben, dan zouden we oneindig veel meer uit die ontmoeting gehaald hebben. Sinds het begin van mijn fietsvakanties hanteer ik het principe dat ik niet ga fietsen in regio's waar ik de taal niet van spreek. Zoals Frank Van Rijn met gebaren als enige communicatie door Mongolië of Madagaskar trekken is niets voor mij. Dus volgde ik avondschool Spaans en Italiaans om van fietsreizen daar een echte onderdompeling in het land en de cultuur te kunnen maken.

Mogen we even meekijken achter de schermen van een auteur? Wat komt er allemaal kijken bij het schrijven van een fietsgids?

Om te beginnen heel veel opzoekwerk. Nu staat er veel op internet, maar ik heb nog honderden brieven geschreven naar gemeenten en instanties. Mijn belangrijkste principe is altijd dat een fietstocht voor minstens de helft over autovrije of verkeersarme wegen moet gaan. Wie een fietsgids koopt, doet dat om rustig en onbezorgd te kunnen fietsen. Drukke wegen dienen enkel om over te steken. Dat veronderstelt uren gebogen over kaarten zitten, alles uittesten en als het niet voldoet andere oplossingen zoeken. Ook bezienswaardigheden langs de tocht wil ik zelf bezocht hebben. Ik ben ook blij dat Lannoo snel begrepen heeft dat de cartografie in zo'n gids heel belangrijk is. Daar moet zoveel mogelijk informatie opstaan. Veel mensen lezen de teksten niet, maar kijken vooral op de kaartjes.

Ongetwijfeld heb jij in twintig jaar fietstoerisme heel wat zien veranderen?

De fietsinfrastructuur is natuurlijk enorm verbeterd. Jaagpaden en RAVeLs kregen een beter wegdek en bewegwijzering. Met de komst van de knooppunten kan je zelfs stellen dat mijn werk achterhaald is. Iedereen kan nu een tocht uitstippelen. Hoewel, om aan mijn 50% te komen moet je toch al flink je best doen... In Vlaanderen is het ook niet evident, met uitzondering van Limburg is onze regio bijna één grote stad met daartussen snippers natuur. Dan is Wallonië een verademing als je verkeersluw wil fietsen.

Wat heeft de fiets je bijgebracht?

Fietsen is een levenshouding. Wie fietst, leert om voor een project te gaan en vol te houden, ondanks tegenwind en tegenslagen. Tegelijk is fietsen ook een beetje zen, de perfecte manier om je zinnen te verzetten. Dat begon al toen ik nog van mijn werk naar huis fietste. Geen betere manier om je hoofd leeg te maken na een dag werken in de psychiatrie dan een paar kilometer op die pedalen duwen. Als ik fiets sta ik stil bij wat ik heb meegemaakt. Of word ik creatief. Mijn beste ideeën komen op de fiets, ook voor andere dingen die ik schrijf. Daarom heb ik altijd een dictafoontje mee als ik onderweg ben!

interview en tekst: Peter Cristiaensen