Vennbahn + Velotour in de Oostkantons

Vennbahn + Velotour in de Oostkantons

Op de Fiets- en Wandelbeurs van 2014 werd de Vennbahn uitgeroepen tot Fietsroute van het jaar. De voormalige spoorlijn tussen Aken (D) en Troisvierges (GHL) werd omgevormd tot 125 km fietspad. Langs weerszijden van dit fietspad tekende Ward 16 dagtochten uit, gebruik makend van het fietsknooppuntennetwerk Velotour. (OP WEG 2014)

 

 

Lustochten

Het is een aantrekkelijk vooruitzicht om het 125 km lange traject van de Vennbahn in 2 of 3 dagen te fietsen. Maar er zijn ook vele recreatieve fietsers die dagtochten verkiezen tussen 30 en 50 km. Daarom zijn er nu een hele reeks fietslussen uitgetekend met daarin telkens een stukje Vennbahn of Ravelspoorwegpad verwerkt. In combinatie met Velotour, het knooppuntennetwerk van de Oostkantons, levert dat 16 dagtochten op waarvan 5 grensoverschrijdend. Bovendien is er gedacht aan de minder geoefende fietsers, want in 25 verhuurstations langs de parcoursen kunnen zij een E-bike huren.

Langs het stuwmeer

Tijdens de tocht 'Langs het stuwmeer van Bütgenbach' (37,5 km) zijn open landschappen troef, met weinig bosgroepen. Bijna overal kan je ongestoord in de verte kijken. Ondanks de – naar Belgische normen – grote hoogtes waarop je fietst, tussen 628 m en 549 m, zijn er geen echt steile hellingen te beklimmen. Na je start krijg je vanaf het vlakke Ravelpad het stuwmeer van Bütgenbach nauwelijks te zien. Het ligt verscholen achter een struikenband. Ook de plek waar de Warche het meer van water voorziet, fiets je ongemerkt voorbij. Dat verandert wanneer je in Honsfeld het Ravelpad verlaat. Dan krijg je eindelijk te zien hoe de Warche geleidelijk vorm krijgt in nat grasland. Verkeersdrukte hoef je onderweg niet te vrezen, zelfs de drukke centrumgemeente Büllingen laat je letterlijk rechts liggen. Ook Möderscheid en Schoppen stralen een dorpse rust uit. Het mooiste panorama krijg je voorgeschoteld tussen Schoppen en de Vennbahn in Ondenval.

Vier stations

Tijdens de laatste 9 kilometer op de Vennbahn passeer je vier voormalige stations/stopplaatsen. In Ondenval is het schuilhok voor de reizigers allang opgeruimd, maar de treinsfeer van weleer kan je opsnuiven aan een infobord met vooroorlogse foto's. In Waimes is het ruime stationsgebouw wel gebleven, maar als privé-woning. Het staat op de plek waar L 45 (Malmedy) en L 48 (Vennbahn) bijeenkwamen. Nog geen 2 km verder fiets je langs Faymonville waar wachtende reizigers konden schuilen in een betonnen hok. Tenslotte is in Oberweywertz het stationgebouw na een brand in 2001 spijtig genoeg afgebroken. Je krijgt nog wel een flauw beeld van het enorme spoorwegemplacement. De Vennbahn takte hier immers af naar Duitsland (L45a of Vennquerbahn) en dat bracht veel drukte van reizigers en vracht met zich. Op 18 mei 1952 reden de laatste passagierscoupés hier voorbij.

Warche

Wat is er te zien en te beleven op de route? Om te beginnen de stuwdam op de Warche in Bütgenbach. Tussen 1930 en 1932 liet de Italiaanse ingenieur Boldo in het dal van de rivier een stuwdam bouwen van 23 m hoog, bedoeld om elektriciteit op te wekken. Om de stuwmuur te zien moet je vanaf knooppunt 94 zo'n kilometer naar links uitwijken, ofwel richting knooppunt 93 ofwel met de fiets aan de hand op de wandelweg naast het meer. Naast de dam is een groen rustpunt ingericht met enkele infoborden en picknickbanken. Je kan ook over de 140 m lange stuwmuur naar de overkant wandelen. Interessant is ook het brongebied van de Warche. Waar je de Ravel 45a verlaat, volg je de vallei waarin de Warche gevormd wordt. Het is een langzaam aflopend en breed glooiend beekdal, waarin verschillende zijbeekjes in de Warche samenkomen. Op de tegenoverliggende flank ontwaar je ver weg de kerktoren van Hünningen en de mooi ogende grasvelden van een golfterrein. De opschietende grassen naast de Warche zijn echter moeilijk te maaien want de bodem blijft er het ganse jaar door drassig. Verderop krijg je wel zijn kronkelige loop te zien.

Hoeves met geschiedenis

Het dorpscentrum van Schoppen is zo compact dat je er geen straatnamen zal aantreffen. De fietsroute komt voorbij Schoppen nr. 124, Haus Jierten. Tussen gewone huizen pronkt daar een langgevelwoning uit 1766 die de tand destijds goed doorstaan heeft. Het deed eerst dienst als boerenwoning en daarna als afspanning waar paarden werden gewisseld. De Brugse architect-schilder Jacques Bruynseraede ontdekte het pand bij toeval, kocht het, knapte het op en ging er zelf in wonen. Sinds 1988 is het beschermd. Ook het Steiner Hof in Bütgenbach heeft een lange geschiedenis. Wanneer je Bütgenbach binnen fietst, steek je in plaats van rechts af te slaan de N632 over. 300m verder ligt het Seniorenheim Hof Bütgenbach. De naam Steiner Hof slaat op een van de vroegere eigenaars en was in de 18de en 19de eeuw een van de welvarendste herenhoeves van de streek. In de gevels van het monumentale gebouw ontdek je de jaartallen 1623, 1754 en 1769, samen met de wapenschilden van de vroegere heren(boeren). Door de recente restauratie en ombouw tot woonzorgcentrum werd een verder verval van het complex vermeden.